| De logische niveaus zijn een krachtige manier om over verandering na te denken door ze te beschouwen als een model dat verschillende categorieën informatie omvat. De figuur toont het model. Het model probeert slechts structuur aan te brengen en te laten zien hoe het allemaal voor jou het beste werkt. 
Later komen we erop terug, maar even een korte uitleg; binnen een persoon, bedrijf, afdeling, enzovoort, moet er een structuur zijn. Wanneer niet alle (neuro) logische niveau met elkaar samenvallen is er een “probleem”. Een wijziging in een niveau kan weer stabiliteit brengen.
Zo zal een bedrijf het makkelijker vinden om de omgeving te wijzigen (muren te schilderen) dan de cultuur te veranderen of een nieuwe identiteit aan te meten.
Echter, wanneer we iets op een niveau veranderen, zal dat invloed hebben op alle andere; zowel erboven als eronder. De belangrijkste meerwaarde van dit model is dat het een gestructureerde aanpak biedt om te helpen begrijpen wat er gebeurt.
We hebben in de Nederlandse taal de uitdrukking: lekker in je vel zitten. Binnen de logische niveaus noemen we dat congruent zijn. Je bent op dat moment echt jezelf; de logische niveaus omgeving, gedrag, vermogens, overtuigingen, waarden, identiteit en doel zijn op elkaar afgestemd.
Het is dus te allen tijde de bedoeling dat deze niveau uitgelijnd zijn. Hieronder omschrijven we wat we met de verschillende niveaus bedoelen.
Omgeving:
Heeft betrekking op tijd, plaats en mensen. Het is de fysieke context waarin je verkeert. Het gaat om het zoeken van het juiste tijdstip en de juiste locatie. Als je een vreemde taal wilt leren ga je bij voorkeur naar het land of omgeving waar dat het beste gaat.
Vragen die bij omgeving van pas komen: - Waar werk je het beste? - Welke plekken in de wereld wil je verkennen? - Welke soort privé omgeving is goed voor je? - Welk soort mensen heb je graag om je heen? - Op welk tijdstip van de dag voel je je goed?
Gedrag:
Je gedrag heeft te maken met wat je daadwerkelijk doet en zegt, en wat je bewust onderneemt. Ook wordt er gekeken naar wat je denkt. De handeling of gedachte heeft een bedoeling. Wat is de positieve intentie?
Wijzigingen op gedragsniveau zijn eenvoudig aan te brengen wanneer je een doel voor ogen hebt en het gedrag met je gevoel van identiteit, je overtuigingen en je waarden spoort.
Enkele vragen die bij gedrag horen. - Wordt je doel door je gedrag ondersteund? - Komen je gedragingen overeen met het geval van wie je bent? - Welke clichématige woorden gebruik je? Kun je er patronen in ontdekken? - Wat valt je op ten aanzien van de woorden en uitdrukkingen van andere?
Vermogens:
Vermogens zijn je talenten en vaardigheden. Het betreft gedragingen die je zo goed doet dat het moeiteloos lijkt. Handelingen zoals praten en lopen zijn vaardigheden die je zelfs hebt aangeleerd zonder ooit te begrijpen hoe je dat deed.
Andere zaken als fietsen, auto rijden hebt je (doel) bewust aangeleerd. In feite kan je alles aanleren (van nature ben je een fantastische leermachine) zolang de houding goed is.
Enkele vragen bij dit niveau. - Op welk aangeleerde vaardigheid ben je trots en hoe deed je dat? - Ben je expert geworden in iets waar je geen baat bij hebt? Hoe kwam dat? - Vraag anderen om te zeggen waar je goed in bent. - Wat ga je nu doen en wat zou je graag willen leren? - Wat zou je willen kunnen? - Wat vinden andere goed van je, waarvan jij denkt dat kan toch iedereen?
Overtuigingen/Waarden:
Overtuigingen en waarden zijn fundamentele principes die je handelingen vormgeven. Overtuigingen en waarden sturen je leven, ook al ben je dat niet bewust. Maar pas op; jouw waarheid is niet altijd de waarheid van de ander.
We praten hier niet op een godsdienstig niveau, maar op een diep en vaak onbewust niveau.
Evenzo zijn waarden de zaken waarvoor jij ’s morgens je bed uitkomt. Het zijn criteria zoals gezondheid, rijkdom, liefde en geluk. Waarden houden ons bovendien op het rechte pad, we volgen de wet. Er kunnen ook waarden conflicten zijn tussen twee belangrijke waarden als werk en thuis.
Wat betreft dit laatste zal je even stil moeten staan. Wat zijn jouw waarden met betrekking tot je werk en privé? Lopen ze elkaar niet in de weg?
Om dit uit te zoeken kan je een waardeladder maken. Schrijf eens de 5 meest belangrijke privé- en werkzaken op. Bij privé kan je denken aan geluk, geld, gezin, etc..
Bij werk kan je denken aan reizen, teamwork, etc. Wanneer jij nu privé je gezin als belangrijkste hebt en zakelijk reizen, kan er een probleem ontstaan. Wanneer je op weg bent kan je nu eenmaal niet bij je gezin zijn.
Door dit vroegtijdig te onderkennen middels een waardeladder kan je de juiste stappen ondernemen.
Als er dus verantwoordelijkheden moeten worden aangebracht is het van belang om inzicht in je overtuigingen te krijgen. Hoe meer je streeft naar zaken die in lijn liggen met jouw waarden en overtuigingen, des te betere zal je in je vel zitten.
Enkele vragen die je jezelf kan stellen als je het gevoel hebt dat er op dit niveau een probleem sluimert. - Waarom deed je dat? - Welke factoren zijn er in deze situatie voor jou belangrijk? - Wat is voor anderen belangrijk? - Wat beschouw jij als goed of fout? - Wanneer zeg je moet en hoort zo? - Wat zijn je overtuigingen over deze man of situatie? - Wat zou iemand anders geloven als hij in jouw schoenen stond?
Identiteit:
Identiteit beschrijft het gevoel van wie je bent. Je uit jezelf via je overtuigingen, waarden, vermogens, gedrag en omgeving, maar toch ben je meer dan dit. Gedrag is niet hetzelfde als identiteit, dus let op dat verschil.
Slecht gedrag wil nog niet zeggen; slecht mens. Wanneer je aan iemand feedback wilt geven, geef dit dan ten aanzien van het gedrag. Met andere woorden dat wat je ziet of hoort.
Enkele vragen bij dit niveau. - Hoe is wat je ervaart een uitdrukking van wat je bent? - Wat voor soort persoon ben jij? - Hoe beschrijf je jezelf? - Welke etiketten plak je op anderen? - Hoe zouden andere jou omschrijven? - Denken anderen over jou zoals je dat wenst?
Doel:
Dit boven identiteit uitstijgende niveau verbindt je met de grote lijnen als je je afvraagt wat je doel, missie, ethiek en betekenis in je eigen leven is. Het is het spirituele aspect, het zoeken van je plaats in het grotere geheel.
Het brengt organisaties ertoe hun bestaansrecht, visie en missie te omschrijven. Wanneer je je doel nastreeft ben je tot alles in staat.
Enkele vragen op dit niveau. Om welke reden ben je hier? Hoe wil je graag aan anderen bijdragen? Wat zijn je persoonlijke sterke punten waarmee je aan de wereld kunt bijdrage? Hoe wil je na je dood graag herinnerd worden. |